Geschiedenis (Het onstaan van het Nederlands Elektriciteitsmuseum)
 
Zijn grootvader repareerde al vanaf 1890 booglampen en maakte marmeren schakelborden voor de scheepswerven in de omgeving van Dordrecht. Zijn vader begon zijn loopbaan bij de firma Willem Smit te Slikkerveer, Nederlands eerste elektrotechnische industrie. Zelf heeft hij nog een vleugje kunnen proeven van het klassieke installatietijdperk tijdens zijn loopbaan bij de firma Groeneveld-van der Poll, een der oudste elektrotechnische bedrijven van Nederland (thans GTI). De ervaring daar opgedaan met gelijkstroom (Scheepsinstallaties, papierindustrie) kwam heel goed van pas bij het installeren van de gelijkstroommachines in het museum.
 
Emmen
In een schuur achter zijn woonhuis in Emmen werd een tentoonstellingsruimte ingericht. In deze ruimte vonden ook restauratiewerkzaamheden plaats van booglampen en gelijkstroommotoren. Hierbij werd veel hulp geboden door leerlingen van de plaatselijke M.T.S. Ten behoeve van het technisch hobbyisme werd vanaf 1976 begonnen met het twee per jaar organiseren van contactdagen voor knutselaars, historici en verzamelaars. Dit is een traditie geworden en wordt ieder jaar op de 1e zaterdag van juni en augustus gehouden bij het museum in Hoenderloo. In 1975 werd begonnen met het inrichten van tentoonstellingen bij andere musea en op scholen voor het technisch onderwijs. Via een dergelijke tentoonstelling kwam in 1977 contact tot stand met de Jaarbeurs te Utrecht, die het jonge museum in 1978 tijdens de vakbeurs "Elektrotechniek? in de gelegenheid stelde zich aan de vakwereld te presenteren met een tentoonstelling "Elektrotechniek in het verleden?.
 
 

Expositie jaarbeurs Utrecht november 1982. Links ir. A. Ritmeester sr., rechts M.P. Ritmeester, temidden van draaiende omvormers.
 
Deze expositie met ruim 25.000 bezoekers, werd een groot succes en zorgde voor grote bekendheid en contacten met het elektrotechnisch bedrijfsleven en het onderwijs. Ook werden door bezoekers veel schenkingen gedaan waardoor de collectie zich aanzienlijk uitbreidde. Het museum werd nu ook gevraagd om bij andere bedrijven en musea, tentoonstellingen in te richten. In 1980 werd een grote tentoonstelling ingericht tijdens de 5e vakbeurs Elektrotechniek in de Jaarbeurs te Utrecht. Daar werd een werkende gelijkstroomcentrale uit ca. 1915 opgesteld, aangevuld met ruim 100 m? historische elektrische apparaten, waarvan veel in werking. Ook hier was de belangstelling overweldigend en werd veel waardering uit het bedrijfsleven ontvangen. In 1981 verzorgde het elektriciteitsmuseum een tentoonstelling over radiotechniek en meet- en regeltechniek tijdens de beurs "Het Instrument? in het R.A.I.- gebouw te Amsterdam. Nu kreeg het museum ook contacten in de radio- en instrumentatiewereld. Een en ander resulteerde in steeds meer aanvragen om tentoonstellingen te verzorgen over de historie van de techniek. In 1983 werd de een top bereikt met alleen dat jaar 19 tentoonstellingen met een totaal van 180.000 bezoekers. De waardering uit de vakwereld en de grote belangstelling die alle tentoonstellingen ondervonden, wettigden het idee om de gehele collectie permanent in een grote ruimte te exposeren.